Beerse


 

 

of klik hier om het geluid (vooraf) te downloaden


 

Amai, da vind ik nu eens plezant se, dat gullie hier stopt om nor mijn verhalen te luisteren.

Ja, gelijk dakik hier een schoon uitzicht heb aan de vaart, mannekes! Ik heb hier tijdens mijn leven heel wat volk zien passeren en verhalen gehoord.

Harde werkers zijn het, en vroeger moesten ze nog meer handwerk doen, die mannen van 't steenfabiek. Da kunde uweigen ni voorstellen.

Het begon allemaal al met 't laden van het schip.
Als het schip leeg was, dan stak het 2 tot 3 meter boven de kade uit. Ge kunt u dus al voorstellen dat er heel wat kracht en behendigheid nodig was om met een volle kruiwagen langs een smalle plank op dat schip te geraken. Heel stabiel was dat allemaal ni. Eigenlijk moest je daarvoor een echte acrobaat zijn!
Als er een motorschip voorbij kwam gevaren en het steenschip begon te deinen, dan gebeurde het wel eens dat ne lader met een volle kruiwagen zijn evenwicht verloor. Nen ervaren lader liet dan zijne kruiwagen los, maar nen beginneling viel dan met kruiwagen en al in 't water!

En als den boot geladen was, dan konden ze vertrekken. Wiste gij dat ze die boten vroeger te voet naar de Limburg trokken? Ja, echt waar! 70 km hene en 70 km terug. 5 tot 6 dagen waren ze onderweg. Da was hard labeur ze. Zeker in de winter! Zo vertelde de Keppe eens dat 'em nog dikwijls terugdacht aan zijn stijf gevroren broekspijpen die rond zijn benen tsirpten en de huid van zijn billen schaafde. Die broek bleef vanzelf rechtstaan om te ontdooien naast de stoof in de kajuit. Later was't beter met den ezel, een paard of nen tractor. Met diejen ezel waren ze nog mer 't beste af. Da beest hielp goed trekken, het was braaf en at bijna niks. Toch was 't hard werken, soms waarde maar 1 dag of 1 nacht thuis voordat ge terug moest vertrekken.

Tja, en hoe gemakkelijk het soms ook was, met die beesten gebeurden er ook wel eens ongevallen. Zo herinner ik mij nog goed een ongeval met een schip dat voedingswaren en hout naar Antwerpen vervoerde en vet en oliën voor onze fabrieken terug meebracht. Dat schip droeg een speciale vlag waardoor het goed herkend werd en een voorkeursbehandeling kreeg aan de sluizen. Het werd door 2 paarden voortgetrokken. Aan de pannenfabriek hier tegenover bleven de touwen van de paarden eens aan een obstakel hangen en het voortvarende schip sleurde de 2 paarden in het kanaal. Da was triestig…

Mer gelukkig kon er ook zeker al eens gelachen worden. Hier aan 't Oosteneinde, een beetje verderop, was vroeger een cafe, De Noordpool, waar ook veel schippers en lossers kwamen. En de lokale bevolking, die hadden allemaal bijnamen, ja, ge kent da wel. Janus en Cel Sik zaten er eens aan de toog. "Heb je voor mij geen schroef meer liggen?" vroeg Cel Sik aan Janus. "Jawel", zei Janus, "kom ze morgen maar halen." De verkoop werd beklonken en het geld werd natuurlijk al direct opgedronken. 's Anderendaags kwam Cel Sik zijn aanwinst halen. "Awel, waar hebt ge ze liggen", vroeg hij. En Janus wees naar zijn vrouw Fien die neffe de stoof zat, en zei "daar zit ze. Neem ze maar mee, ze is van u!". Ah ja, want zijn vrouw noemden ze Fien Schroef.

Ja, het waren nogal kerels, die mannen van ’t steenfabriek.

En zo zijn er nog veel verhalen doorgegeven van moeder op dochter of van vader op zoon. Maar als ik die allemaal vertel, dan zitten jullie hier mogen nog, en da's niet de bedoeling hè!

Bedankt voor ’t luisteren en nog veel fietsplezier!

 

foto
foto
foto
foto

 

Dit project werd gerealiseerd dankzij de unieke samenwerking tussen de gemeentebesturen en toerismeraden en/of -vzw’s van
Beerse, Lille, Malle, Rijkevorsel, Vosselaar en Zoersel en met ondersteuning van Toerisme Provincie Antwerpen.

 

Beerse
webdesign & hosting: www.prospector.be